| De ruimte als akoestisch filter |
|
Het meest bekende voorbeeld van een ruimte die als een akoestisch filter werkt, is misschien wel de anekdote van een schelp tegen het oor. Als je een grote schelp tegen je oor houdt en goed luistert, kun je met veel fantasie het ruisen van de zee horen. In werkelijkheid is dit natuurlijk niet het geval. Feitelijk hoor je het omgevingsgeluid dat wordt vervormd door de behuizing van de schelp. Zou je bijvoorbeeld watten in de schelp stoppen, dan ga je het geluid heel anders waarnemen. Het geluid klinkt dan veel meer gedempt en minder hol. Het vakantiegevoel klinkt dan een stuk verder weg. Op eenzelfde manier, maar op grotere schaal, hebben natuurlijk de vorm, de afmetingen en afwerking van een kamer of een zaal een soortgelijke invloed op de beleving. Een muziekzaal vraagt om een heel andere akoestiek dan een theaterzaal. In een muziekzaal verwacht men in een heerlijk klankbad van muziek te komen, waarbij enige galm wenselijk is, terwijl het in een theater juist belangrijk is dat een cabaretier goed wordt verstaan. Ondanks deze verschillen in benadering van de akoestiek kan in beide zalen overeenkomstig een warmere of een schellere akoestiek worden gerealiseerd door de juiste keuze en verhouding van materialen. En met variabele akoestische voorzieningen, zoals dat bijvoorbeeld in het Nieuwe Luxor theater in Rotterdam is gerealiseerd, is het zelfs mogelijk de akoestiek na te regelen voor verschillend gebruik. De zaal is een soort equalizer, die naar wens kan worden aangepast. Het mag duidelijk zijn dat de ruimte als akoestisch filter een bepaald gevoel kan bevorderen en de beleving versterken. Een goed ontwerp kenmerkt zich dus niet alleen door een fraai ogend ontwerp, maar heeft daarnaast een goede akoestiek die past bij de beleving en het gebruik van die ruimte. Op de bovenstaande foto's van het Nieuwe Luxor in Rotterdam is een verplaatsbare klankkaatser voor de akoestiek, slechts één voorbeeld van de variabele akoestische voorzieningen die daar getroffen zijn, te zien.
|

